Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

Uitzet van graskarpers

Uitgebreide informatie
Uitzet van graskarpers
De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op artikel 17, eerste en derde lid, van de Visserijwet 1963 (Stb. 312);
Gezien de adviezen van de Natuurbeschermingsraad en de Raad voor de Binnenvisserij;
Besluit:
Artikel 1
De toestemming als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Visserijwet 1963 wordt verleend voor het uitzetten van de graskarper (Ctenopharyngodon idella) onder de navolgende voorschriften en beperkingen.
1.
Het uitzetten van de graskarper is slechts toegestaan:
a. met instemming van de eigenaar van het water waarin de graskarper wordt uitgezet en
b. in een water voor zover dat:
1. niet in enige open verbinding staat met andere wateren dan wel
2. van andere wateren is gescheiden door een hekwerk, bestaande uit een spijlenhek met een onderlinge afstand tussen de spijlen van ten hoogste 3 cm of een gaashek, gegalvaniseerd en gelast met vierkante mazen van ten hoogste 2.5 cm.
2.
Het hekwerk bedoeld in het eerste lid, dient:
a. in bodem en talud te zijn ingegraven;
b. voorzien te zijn van een springflap van circa 50 cm schuin omhoog geplaatst onder een hoek van ca. 45° in de richting van het water waarin de graskarper wordt uitgezet en
c. met inbegrip van de onder b, bedoelde springflap bij de hoogste waterstand ten minste 50 cm boven water uit te steken.
3.
Het hekwerk dient aanwezig te blijven en in deugdelijke staat te worden gehouden zolang de graskarper in het water dat met het hekwerk wordt afgesloten, aanwezig is.
Artikel 3
De toestemming als bedoeld in artikel 1 geldt niet voor het uitzetten van graskarpers in:
a. beken en rivieren;
b. wateren die geheel dan wel ten dele zijn gelegen in gebieden als bedoeld in artikel 10, 10a en 12 van de Natuurbeschermingswet 1998;
c. wateren die geheel dan wel ten dele zijn gelegen op percelen die als natuurgebied zijn aangewezen in een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (Stb. 1985, 626), dat is goedgekeurd op grond van artikel 28 van die wet.
1.
Van het voornemen graskarpers uit te zetten, dient tevoren mededeling te worden gedaan aan de directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
2.
Deze mededeling wordt gedaan op een bij de Dienst Regelingen verkrijgbaar formulier.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Staatscourant.
's-Gravenhage, 28 mei 1990
De van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ,
minister
voor deze:
De
secretaris-generaal
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht