1.
Een aanvrager van een verklaring als bedoeld in artikel 4 en in artikel 5 dient als regel zijn kennis van het verzekeringsbedrijf of het assurantiebemiddelingsbedrijf aan te tonen door het met gunstig gevolg afleggen van een vakproef.
2.
Van de vakproef kan slechts worden afgezien indien naar het oordeel van de raad het afleggen van zulk een proef van de aanvrager niet behoeft te worden gevergd.
3.
Van de vakproef kan eveneens worden afgezien indien naar het oordeel van de raad het afleggen van zulk een proef gezien de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager, in redelijkheid niet kan worden verlangd.
4.
De proeven hebben betrekking op alle onderdelen van het verzekeringswezen, waarmede de verzoeker zich ingevolge de vereisten van de artikelen 4 of 5 van deze verordening moet hebben beziggehouden.
5.
De in deze verordening voorziene vakbekwaamheidsproeven worden mondeling afgelegd ten overstaan van de Commissie Vakproeven Wet Assurantiebemiddelingsbedrijf met inachtneming van het Reglement vakbekwaamheidsproeven Wet assurantiebemiddelingsbedrijf.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Verklaringen
- § 3. Vakproeven en Commissie Vakproeven
+ § 4. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken