1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestuursorgaan verstaan een persoon of een college met enig openbaar gezag bekleed, met uitzondering van:
a. de kamers en de verenigde vergadering van de Staten-Generaal;
b. de eilandsraden, tenzij het betreft het nemen van beschikkingen, bedoeld in artikel 3;
c. onafhankelijke, bij wet of rijkswet ingestelde, organen die met rechtspraak zijn belast;
d. de hoofdstembureaus en stembureaus, bedoeld in de Kieswet.
2.
Onder de organen, bedoeld in het eerste lid, zijn begrepen de voorzitters, de leden, de commissies uit hun midden, de griffiers en de secretarissen.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het beroep
+ Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
+ Hoofdstuk 4. Bestuurlijke heroverweging
+ Hoofdstuk 5. Het hoger beroep
+ Hoofdstuk 6. Bijzondere procedures
+ Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht