1.
Na ontvangst van een verzoek, bedoeld in artikel 81, eerste lid, bepaalt het Gerecht zo spoedig mogelijk plaats, dag en uur, waarop de openbare zitting zal plaatsvinden en doet daarvan onverwijld mededeling aan partijen. Aan het bestuursorgaan dat de beschikking waartegen beroep wordt ingesteld, heeft genomen, wordt een afschrift van de ingediende stukken gezonden.
2.
Het bestuursorgaan is bevoegd tot zeven dagen voor de zitting schrifturen en bewijsstukken in te dienen ter griffie, tenzij het Gerecht anders bepaalt. De griffier zendt een afschrift van deze stukken aan de andere partijen.
3.
Blijkt het Gerecht ter zitting dat het beroepschrift niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen, of dat een versnelde behandeling van het beroepschrift een onevenredig nadeel met zich mee zal brengen in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dan bepaalt het Gerecht dat alsnog toepassing wordt gegeven aan de artikelen 23 tot en met 32.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het beroep
+ Hoofdstuk 3. De behandeling in eerste aanleg
+ Hoofdstuk 4. Bestuurlijke heroverweging
+ Hoofdstuk 5. Het hoger beroep
- Hoofdstuk 6. Bijzondere procedures
+ Hoofdstuk 7. Geheimhoudingsplicht
+ Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht