Artikel 52
Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling vinden tussentijdse raadsverkiezingen plaats. Indien een nieuwe gemeente wordt ingesteld is de naar inwoneraantal grootste gemeente die opgaat in de nieuwe gemeente met de voorbereiding daarvan belast.
1.
De op de dag, voorafgaande aan de datum van herindeling, zitting hebbende leden van de raad ener gemeente waarvoor een verkiezing als bedoeld in artikel 52 wordt gehouden, treden met ingang van die datum af.
2.
Indien op de datum van herindeling niet de goedkeuring van de geloofsbrieven van meer dan de helft van de leden van de raad onherroepelijk is geworden, aanvaarden de leden van de raad hun ambt niet, totdat zulks het geval is. Gedurende deze tijd hebben de leden van de raad en de wethouders van de gemeente die ingevolge artikel 52, tweede volzin, met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing is belast zitting als leden van de raad onderscheidenlijk als wethouders. De raad en het college van burgemeester en wethouders nemen gedurende deze tijd slechts besluiten welke geen uitstel kunnen lijden.
1.
Burgemeester en wethouders van een gemeente waarvan gebied overgaat naar een gemeente waarvoor een verkiezing als bedoeld in artikel 52 wordt gehouden, zenden op een door gedeputeerde staten van de provincie waarvan laatstbedoelde gemeente deel uitmaakt of zal uitmaken, te bepalen datum aan burgemeester en wethouders van deze gemeente onderscheidenlijk de gemeente die ingevolge artikel 52, tweede volzin, met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing is belast een opgave van de op bedoelde datum geregistreerde kiesgerechtigde personen welke op die datum in het overgaande gebied werkelijke woonplaats hebben.
2.
Indien tussen de in het eerste lid bedoelde datum en de dag van kandidaatstelling als bedoeld in artikel 55, tweede lid, veranderingen optreden in de registratie van kiesgerechtigden die werkelijke woonplaats hebben of verkrijgen in de gemeente of het deel van de gemeente waarop een opgave als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft, worden deze veranderingen onverwijld ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders aan wie die opgave is gezonden, waarna dit college deze veranderingen in de opgave aanbrengt.
1.
De raad van een gemeente waarvoor een verkiezing als bedoeld in artikel 52 wordt gehouden, zal bestaan uit het door gedeputeerde staten van de betrokken provincie met toepassing van artikel 8 van de Gemeentewet te bepalen aantal leden. Daartoe wordt het inwonertal van een gemeente bepaald aan de hand van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte gegevens betreffende de bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt.
2.
De kandidaatstelling vindt plaats op de maandag in de periode van 5 tot en met 11 oktober voorafgaand aan de datum van herindeling. De stemming vindt plaats op de vierenveertigste dag na de kandidaatstelling.
Gedeputeerde staten kunnen, indien zwaarwegende redenen verband houdend met de dag van kandidaatstelling of met de dag van stemming daartoe nopen, bepalen dat de kandidaatstelling op een andere datum plaatsvindt, met dien verstande dat de stemming voor de datum van herindeling plaatsvindt.
3.
Gedeputeerde staten kunnen besluiten tot afwijking van de in de artikelen G 1, achtste lid, G 2, achtste lid, G 3, eerste lid, G 4, derde lid, en G 5, eerste lid, onder b en c, van de Kieswet bedoelde termijnen inzake registratie van aanduidingen van politieke groeperingen.
4.
Indien het een nieuwe gemeente betreft worden bij de nummering van de kandidatenlijsten in afwijking van artikel I 14, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet eerst genummerd de lijsten van politieke groeperingen wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de raad van de gemeente die met de voorbereiding van de verkiezing is belast, een of meer zetels zijn toegekend.
5.
Als kiesgerechtigden worden geacht te zijn geregistreerd degenen die als zodanig zijn geregistreerd in de bij een wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeente die niet wordt opgeheven onderscheidenlijk de gemeente die ingevolge artikel 52, tweede volzin, met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing is belast, nadat daaraan zijn toegevoegd de personen die voorkomen op de ingevolge artikel 54, eerste lid, ontvangen opgaven zoals deze luiden na toepassing van het tweede lid van dat artikel, en daarvan zijn afgevoerd de personen die op de dag van kandidaatstelling als bedoeld in het tweede lid werkelijke woonplaats hebben in het deel der gemeente dat op de datum van herindeling naar een andere gemeente overgaat.
6.
Het benoemen van de leden en de plaatsvervangende leden van de hoofdstembureaus en het benoemen van de leden en de plaatsvervangende leden van de stembureaus geschieden voor een door gedeputeerde staten te bepalen datum door burgemeester en wethouders van de bij een wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeente die niet wordt opgeheven onderscheidenlijk de gemeente die ingevolge artikel 52, tweede volzin, met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing is belast. De benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van de hoofdstembureaus geschiedt, in afwijking van het bepaalde in artikel E8 van de Kieswet, voor een periode die eindigt op hetzelfde tijdstip als de eerste zittingsperiode van de nieuw gekozen raden der gemeenten.
7.
Voor zover ingevolge enig wettelijk voorschrift medewerking moet worden verleend door de raad, door burgemeester en wethouders of door de burgemeester, geschiedt dit door de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester van de bij een wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeente die niet wordt opgeheven onderscheidenlijk de gemeente die ingevolge artikel 52, tweede volzin, met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing is belast.
1.
Voor de toepassing van artikel 10 van de Gemeentewet ten aanzien van het lidmaatschap van de raad ener gemeente waarvoor een verkiezing als bedoeld in artikel 52 wordt gehouden, worden onder ingezetenen verstaan zij die werkelijke woonplaats hebben in het gebied dat met ingang van de datum van herindeling het grondgebied van de betrokken gemeente vormt.
2.
Het onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde raadsleden geschiedt vóór een door gedeputeerde staten van de betrokken provincie te bepalen datum door de raad van de bij een wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeente die niet wordt opgeheven onderscheidenlijk van de gemeente die ingevolge artikel 52, tweede volzin, met de voorbereiding van de tussentijdse raadsverkiezing is belast.
3.
De eerste vergadering van de raad wordt gehouden op de eerste werkdag, volgende op de datum van herindeling. In deze vergadering worden de wethouders benoemd. In het geval, bedoeld in artikel 53, tweede lid, wordt de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad gehouden zo spoedig mogelijk nadat veertien dagen zijn verlopen na de onherroepelijke goedkeuring van de geloofsbrieven van meer dan de helft van de leden van de raad.
Artikel 56a
Deze paragraaf is van toepassing op gemeenten waarvoor in de periode van 1 oktober tot en met 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de reguliere gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden een voorstel van wet tot wijziging van de gemeentelijke indeling is ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
1.
De verkiezing van de leden van de gemeenteraad in het jaar waarin de reguliere gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden en waarvoor de kandidaatstelling plaatsvindt op de dag, bedoeld in artikel F 1, eerste lid, van de Kieswet, blijft achterwege.
2.
De zittingsduur van de leden van de raad wordt verlengd tot 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de verkiezing, bedoeld in het eerste lid, achterwege blijft.
Artikel 56c
Indien de datum van herindeling volgt op het jaar waarin reguliere gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden, eindigt de zittingsduur van de leden van de ingevolge artikel 52 gekozen raad tegelijk met de zittingsduur van de leden van de raden van de overige gemeenten die zitting hebben op de datum van herindeling.
1.
Indien een voorstel van wet als bedoeld in artikel 56a niet uiterlijk op de donderdag in de periode van 17 september tot en met 23 september in het jaar waarin de reguliere gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden tot wet is verheven en in werking is getreden, vindt de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de raad van een gemeente, genoemd in dat wetsvoorstel, plaats op de maandag in de periode van 5 tot en met 11 oktober van dat jaar. Artikel 55, tweede lid, tweede en derde volzin, is van toepassing.
2.
In het geval, bedoeld in het eerste lid, gelden in afwijking van de artikelen G 1 tot en met G 5 van de Kieswet de volgende tijdstippen:
a. de in de artikelen G 1, achtste lid, en G 2, achtste lid, van de Kieswet bedoelde kennisgeving, voorafgaande aan de kandidaatstelling voor de verkiezing van de raad van een gemeente als bedoeld in artikel 56a vindt plaats op de veertiende dag voor die kandidaatstelling.
b. de in artikel G 3, eerste lid, van de Kieswet bedoelde verzoeken tot registratie van aanduidingen van politieke groeperingen van de raad van een gemeente als bedoeld in artikel 56a ingediend na de veertiende dag voor die kandidaatstelling blijven voor de daaropvolgende raadsverkiezing buiten beschouwing.
c. de in artikel G 4, tweede lid, van de Kieswet bedoelde beslissing, vindt uiterlijk plaats op de elfde dag voor die kandidaatstelling.
d. de in artikel G 5, eerste lid, onderdelen b en c, van de Kieswet bedoelde beschikkingen worden uiterlijk op de zevende dag voor de kandidaatstelling genomen.
3.
De zittingsduur van de leden van de ingevolge het eerste lid gekozen raad eindigt tegelijk met de zittingsduur van de leden van de raden van de overige gemeenten die zitting hebben op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de reguliere gemeenteraadsverkiezing heeft plaatsgevonden.
1.
Indien de datum van herindeling valt binnen drie jaar voor de datum van de reguliere gemeenteraadsverkiezingen blijven deze verkiezingen in de betrokken gemeenten achterwege.
2.
De zittingsduur van de leden van de ingevolge artikel 52 gekozen raad eindigt in de in het eerste lid bedoelde situatie tegelijk met de zittingsperiode van de leden van de raden van de overige gemeenten die volgt op de eerste reguliere gemeenteraadsverkiezingen na de datum van herindeling.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen
+ Hoofdstuk II. Wijziging van de gemeentelijke indeling en grenscorrecties
+ Hoofdstuk III. Wijziging van de provinciale indeling
+ Hoofdstuk IV. Financieel toezicht
+ Hoofdstuk V. Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden
+ Hoofdstuk VI. Overgang rechten en verplichtingen
- Hoofdstuk VII. Verkiezing vertegenwoordigend lichaam
+ Hoofdstuk VIII. Rechtspositie van personeel
+ Hoofdstuk IX. Voorzieningen in verband met de toepassing van enkele wetten
+ Hoofdstuk X. Voorbereiding van de overgang
+ Hoofdstuk XI. Kernbepalingen met betrekking tot wijziging van de gemeentelijke indeling en grenscorrectie
+ Hoofdstuk XII. Kernbepalingen met betrekking tot wijziging van de provinciale indeling
+ Hoofdstuk XIII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht