1.
Elk buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de rechthebbende is overleden. In geval van vermissing van de rechthebbende eindigt diens pensioen met een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen dag.
2.
Het buitengewoon pensioen van de in artikel 15 bedoelde kinderen eindigt tevens met het einde van de maand, waarin de rechthebbende:
a. de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt of in het huwelijk is getreden;
b. is geadopteerd.
3.
Een vervallen verklaard of ingetrokken buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de beschikking inzake het vervallen verklaren of de intrekking is gegeven.
Inhoudsopgave
+ Eerste hoofdstuk. Algemene bepalingen
+ Tweede hoofdstuk. Van het buitengewoon pensioen van de zeeman
+ Derde hoofdstuk. Van het buitengewoon pensioen der nagelaten betrekkingen
+ Hoofdstuk 3A. Van de Raad
+ Vierde hoofdstuk. Van de aanvraag en de toekenning
- Vijfde hoofdstuk. Van ingang en einde van het buitengewoon pensioen
+ Zesde hoofdstuk. Van de welvaartsvastheid der buitengewone pensioenen
+ Hoofdstuk 6A. De garantietoeslag
+ Hoofdstuk 6B. De toeslag inkomensafhankelijke premie
+ Zevende hoofdstuk. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen
+ Achtste hoofdstuk. Van het indienen van een bezwaarschrift en beroep
+ Hoofdstuk 8A. Van herziening van gegeven beschikkingen
+ Negende hoofdstuk. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken