Artikel 106
De Wet op de Krijgstucht wordt ingetrokken, behoudens het bepaalde in de volgende artikelen.
1.
De op het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet bij de ingevolge de artikelen 39-43 van de Wet op de Krijgstucht tot straffen bevoegde autoriteiten, of bij de ingevolge artikel 61 van die wet tot behandeling van een beklag bevoegde meerdere, aanhangige zaken betreffende krijgstuchtelijke vergrijpen als bedoeld in artikel 2 van die wet, worden behandeld en afgedaan op de wijze, als bepaald in die wet, door die autoriteit onderscheidenlijk meerdere. Andere straffen dan die voorzien bij deze wet kunnen niet worden opgelegd.
2.
Indien op het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet de termijn van beklag als bedoeld in artikel 62 van de Wet op de Krijgstucht, dan wel van de mogelijkheid om ingevolge artikel 67 van die wet de eindbeslissing van het Hoog Militair Gerechtshof in te roepen, nog niet is verstreken, dient dit beklag onderscheidenlijk deze inroeping te worden gedaan in de vorm van een beroep, in te stellen naar de regels, gesteld in hoofdstuk V, titel II, van deze Rijkswet, en met toepassing van die regels te worden behandeld en afgedaan.
3.
Zaken betreffende de inroeping van een eindbeslissing ingevolge artikel 67 van de Wet op de Krijgstucht, die op het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet bij het Hoog Militair Gerechtshof aanhangig zijn, worden in de stand waarin zij zich bevinden overgedragen aan het gerecht dat uit hoofde van artikel 81 van deze Rijkswet bevoegd is het beroep inzake tuchtrechtelijke uitspraken te behandelen, en door dat gerecht behandeld en afgedaan.
1.
Tegen beslissingen van het Hoog Militair Gerechtshof, genomen ingevolge artikel 67 van de Wet op de Krijgstucht, die op het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet nog niet onherroepelijk zijn geworden en waartegen nog geen beroep in cassatie is ingesteld, kan binnen 14 dagen na de uitspraak zulk beroep worden ingesteld op de wijze als voorgeschreven voor het instellen van cassatie tegen arresten van het Gerechtshof te Arnhem.
2.
Indien de Hoge Raad een beslissing van het Hoog Militair Gerechtshof, genomen ingevolge artikel 67 van de Wet op de Krijgstucht, na het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet in cassatie vernietigt, wordt de zaak, indien zij niet door de Hoge Raad zelf wordt afgedaan, verwezen naar het gerecht dat uit hoofde van artikel 81 van deze Rijkswet bevoegd is.
3.
In de zaken, waarin toepassing is gegeven aan artikel 107, derde lid, van deze Rijkswet, voorzover deze een strafbaar feit betreffen, blijven de bepalingen van de Rijkswet van 22 februari 1979 (Stb. 69) tot invoering van de rechtsmiddelen van cassatie, cassatie in het belang der wet en herziening in het militair strafprocesrecht op de beslissing van het gerecht van kracht. Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 109
De krijgstuchtelijke straffen, op grond van de Wet op de Krijgstucht opgelegd voor het tijdstip van inwerkingtreden van deze Rijkswet, of met toepassing van artikel 107, eerste lid, van deze Rijkswet opgelegd, worden ten uitvoer gelegd op de wijze als bij of krachtens die wet bepaald.
Artikel 110
De Algemene termijnenwet (wet van 25 juli 1964, Stb. 314) is van toepassing.
Artikel 111
Deze Rijkswet kan worden aangehaald als "Wet militair tuchtrecht".
Artikel 112
Deze Rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Gedragsregels
+ Hoofdstuk III. Straffen
+ Hoofdstuk IV. Strafbevoegdheid
+ Hoofdstuk V. Het tuchtproces
+ Hoofdstuk VI. Dwangmiddelen
+ Hoofdstuk VII. Krijgsgevangenen en geïnterneerde personen
- Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken