1.
Het algemeen bestuur stelt, rekening houdend met voorstellen van de gebiedsbesturen, een instellingsplan vast uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige plan. Het algemeen bestuur zendt het plan na vaststelling onverwijld aan Onze Minister.
2.
In het instellingsplan wordt tevens rekening gehouden met het wetenschapsbudget, bedoeld in artikel 16a, de instellingsplannen van universiteiten, verkenningen, rapporten, adviezen en aanbevelingen, een en ander voorzover die naar het oordeel van het algemeen bestuur van belang zijn voor de uitvoering van de taken van de organisatie.
3.
Het instellingsplan omvat in elk geval:
a. doelstellingen van de organisatie op middellange termijn;
b. hoofdlijnen van het te voeren beleid en de daarin te stellen prioriteiten;
c. financiële, personele, materiële en organisatorische voorwaarden die moeten worden vervuld.
4.
Onze Minister brengt zijn standpunt over het instellingsplan binnen zes maanden na ontvangst van het plan ter kennis van het algemeen bestuur. Onze Minister doet daarvan en van het instellingsplan afschrift toekomen aan de beide Kamers van de Staten-Generaal.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Het bestuur en de inrichting van de organisatie
- Hoofdstuk III. Planning, financiële bepalingen, verslag en rekening
+ Hoofdstuk IV. Schorsing en vernietiging van besluiten; taakverwaarlozingsregeling
+ Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht