1.
Ingeval de Nederlandsche Bank oordeelt dat er ten aanzien van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 onderscheidenlijk 2:40 heeft, zich een situatie als bedoeld in artikel 3:159c, eerste lid, voordoet, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van die bank of verzekeraar de noodregeling uitspreken.
2.
In geval het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is die niet een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken.
1.
De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, bedoeld in artikel 3:206, eerste en tweede lid en aan het bijkantoor en deelt de inhoud van het verzoekschrift mede aan:
a. de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waarnaar zij diensten verricht vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en
b. indien het een levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft en een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat is belast met het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende instantie.
2.
Artikel 3:162, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
De griffier van de rechtbank zendt een afschrift van de oproeping, bedoeld in artikel 3:162, derde lid, aan een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid en het bijkantoor.
4.
Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de bewindvoerders bekendgemaakt in de Staatscourant, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen. Het uittreksel vermeldt de naam en zetel en het bijkantoor van de financiële onderneming, de zetel en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerders alsmede de datum van de beschikking.
Artikel 3:209
Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, stellen de bewindvoerders de bekende schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van een in Nederland gelegen bijkantoor voortvloeiende verplichting, regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling.
1.
Ten aanzien van een bank, of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is met een in Nederland gelegen bijkantoor hebben de machtigingen betrekking op het vanuit de in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf.
2.
Ten behoeve van de toepassing van het eerste lid kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald welke activa en passiva tot dat bedrijf moeten worden gerekend.
1.
De artikelen 3:163 tot en met 3:168, 3:171, 3:173 en 3:174, 3:175, eerste tot en met zesde lid, en negende tot en met dertiende lid, 3:176 tot en met 3:201, zijn van overeenkomstige toepassing op noodregelingen die overeenkomstig artikel 3:206 zijn uitgesproken met dien verstande dat voor «schuldeisers» moet worden gelezen «schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor voortvloeiende verplichting».
2.
In afwijking van het eerste lid behoeft van de beschikkingen, bedoeld in artikel 3:179, derde lid, en de nederlegging, bedoeld in artikel 3:183, eerste lid, niet in het Publicatieblad van de Europese Unie mededeling te worden gedaan.
1.
Indien een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b, is gegeven, stelt de griffier van de rechtbank de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt daarna onverwijld de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank of de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:206, eerste of tweede lid, is gelegen de beschikking mede, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten de beschikking mede.
2.
Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en de bewindvoerder gaat over tot liquidatie, stelt de bewindvoerder de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt daarna onverwijld de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank of de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:206, eerste of tweede lid, is gelegen de beschikking mede, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten de beschikking mede.
3.
De rechtbank tracht de gezamenlijke optredens met de rechterlijke of administratieve instanties van de andere lidstaten te coördineren.
1.
Indien een bank, of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is een in Nederland gelegen bijkantoor heeft en een of meer in andere lidstaten gelegen bijkantoren, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank hun optreden te coördineren met de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van het treffen van saneringsmaatregelen onderscheidenlijk de toezichthoudende instanties van die andere lidstaten.
2.
In het in het eerste lid bedoelde geval trachten de in Nederland benoemde bewindvoerders hun optreden te coördineren met de bewindvoerders in de andere lidstaten waarin aan de bank een vergunning is verleend.
Artikel 3:214
Onverminderd artikel 3:166 zendt de Nederlandsche Bank een afschrift als bedoeld in dat artikel tevens aan het in Nederland gelegen bijkantoor.
1.
De bewindvoerders geven van een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, onmiddellijk schriftelijk kennis aan de schuldeisers, bedoeld in artikel 3:209.
2.
De kennisgeving aan schuldeisers als bedoeld in artikel 3:209 met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt tevens welke de belangrijkste gevolgen van de machtiging voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn en de rechten en verplichtingen van de schuldeiser met een vordering uit hoofde van verzekering.
3.
Iedere schuldeiser als bedoeld in artikel 3:209 kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen bij de bewindvoerders.
Artikel 3:216
Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid,aanhef en onderdeel b of c, stellen de bewindvoerders de schuldeisers, bedoeld in artikel 3:209, regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling, en deelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten die zulks verzoeken het verloop van de noodregeling mede.
Artikel 3:217
Ingevolge de hun verleende machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de bank, of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is, is bepaald:
a. alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal van de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar uitschrijven en innen; en
b. naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van de levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland is bepaalde maximum.
Artikel 3:218
Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit haar of zijn in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf.
Artikel 3:219
De Nederlandsche Bank deelt het beëindigen van de noodregeling mede:
a. aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waarnaar een bank, of een levensverzekeraar of schadeverzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in een staat die geen lidstaat is diensten verricht vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en
b. indien het een levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft en een andere toezichthoudende instantie van een andere lidstaat is belast met het toezicht op het solvabiliteitskapitaalvereiste van de desbetreffende verzekeraar: aan die toezichthoudende instantie.
1.
De rechtbank kan tegelijk met een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten die de bank met zetel in een staat die geen lidstaat is vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, van die overeenkomsten gesloten vanuit haar in Nederland gelegen bijkantoor, met dien verstande dat de bedingen in de overeenkomsten, waaruit vorderingen voortvloeien als bedoeld in artikel 3:176, vijfde lid, vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de bank worden gedekt of termijnen van huurkoop daarbij niet kunnen worden gewijzigd.
2.
Met betrekking tot bijzondere machtigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3:162, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, eerste volzin, 3:165, 3:168, 3:169, eerste en tweede lid, eerste volzin, en 3:174, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
3.
Zodra overdracht van verbintenissen heeft plaatsgevonden, maken bewindvoerders de overdracht en, ingeval de bedingen in de overeenkomsten zijn gewijzigd, deze wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant, en in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen dagbladen.
4.
Artikel 3:194, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
De rechtbank kan tegelijk met een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt:
a. bij de overdracht van rechten en verplichtingen krachtens verzekering die de verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, heeft gesloten, tot wijziging van die verzekering; of
b. tot verkorting van de duur van die verzekering.
2.
Met betrekking tot bijzondere machtigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3:162, eerste tot en met derde lid en vijfde lid, eerste volzin, 3:165, 3:168, 3:169, eerste en tweede lid, eerste volzin, en 3:174, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
3.
Zodra overdracht van rechten en verplichtingen krachtens de in artikel 3:163, eerste lid, bedoelde machtiging heeft plaatsgevonden, doen de bewindvoerders van deze overdracht en, zo handelingen door hen zijn verricht krachtens de in het eerste lid bedoelde bijzondere machtiging, van deze handelingen mededeling in de Staatscourant, en in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen dagbladen. De bewindvoerders kunnen, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen achten, de bedoelde overdracht en handelingen tevens op andere wijze publiceren.
4.
Artikel 3:195, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
+ 1. Algemeen deel
+ 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen
- 3. Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen
+ 3a. Deel Bijzondere maatregelen en voorzieningen betreffende financiële ondernemingen
+ 4. Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen
+ 5. Deel Gedragstoezicht financiële markten
+ 6. Deel bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel
+ 7. Deel Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht