1.
Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het bedrijf van een herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang of van de gezamenlijke schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor van een dergelijke verzekeraar voortvloeiende verplichting een bijzondere voorziening behoeft, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank de noodregeling uitspreken.
2.
Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel ervan onverwijld door de bewindvoerders bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen. Het uittreksel vermeldt naam en zetel van de verzekeraar en het bijkantoor en de zetel en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerders alsmede de datum van de beschikking.
3.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder «herverzekeraar» mede verstaan «entiteit voor risico-acceptatie».
1.
De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:222, eerste lid, en aan het bijkantoor.
2.
Artikel 3:162, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
De griffier van de rechtbank zendt een afschrift van de oproeping, bedoeld in artikel 3:162, derde lid, aan het bijkantoor.
4.
Indien het verzoek wordt toegewezen, wordt de beschikking op een openbare terechtzitting uitgesproken en wordt een uittreksel onverwijld door de bewindvoerders bekend gemaakt in de Staatscourant, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen. Het uittreksel vermeldt naam en zetel van de verzekeraar en het bijkantoor en de zetel en de woonplaats of het kantoor van de bewindvoerders alsmede de datum van de beschikking.
1.
De artikelen 3:163 tot en met 3:168, 3:171, 3:173, 3:174, 3:175, eerste tot en met zesde lid en negende tot en met elfde lid, en 3:176 tot en met 3:198, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op noodregelingen die ingevolge artikel 3:222 zijn uitgesproken met dien verstande dat voor «schuldeisers» moet worden gelezen «schuldeisers wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor voortvloeiende verplichting».
2.
In afwijking van het eerste lid behoeft van de beschikkingen, bedoeld in artikel 3:179, derde lid, en de nederlegging, bedoeld in artikel 3:183, eerste lid, niet in het Publicatieblad van de Europese Unie mededeling te worden gedaan.
1.
Ten aanzien van een herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland en met een in Nederland gelegen bijkantoor hebben de machtigingen, bedoeld in de artikelen 3:163, eerste lid, en 3:194, eerste lid, betrekking op het vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor uitgeoefende bedrijf.
2.
Ten behoeve van de toepassing van het eerste lid kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald welke activa en passiva tot dat bedrijf moeten worden gerekend.
Artikel 3:226
Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland en met een in Nederland gelegen bijkantoor worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit zijn in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf.
Artikel 3:227
Onverminderd artikel 3:166 zendt de Nederlandsche Bank een afschrift als bedoeld in dat artikel tevens aan het in Nederland gelegen bijkantoor, en, indien bij de Nederlandsche Bank bekend is dat herverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar in de staat waar hij zijn zetel heeft onder toezicht staat, deelt zij de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van die staat mede.
1.
De bewindvoerders geven van een machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, onverwijld schriftelijk kennis aan bekende schuldeisers, wier vordering het resultaat is van een uit de exploitatie van het in Nederland gelegen bijkantoor voortvloeiende verplichting.
2.
De kennisgeving aan schuldeisers als bedoeld in het eerste lid met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt tevens welke de belangrijkste gevolgen van de machtiging voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn en de rechten en verplichtingen van de schuldeiser met een vordering uit hoofde van verzekering.
3.
Iedere schuldeiser als bedoeld in het eerste lid kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen bij de bewindvoerders.
1.
De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op vorderingen die niet voortvloeien uit handelingen met de herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang met zetel buiten Nederland na het uitspreken van de noodregeling verricht, voorzover dit gelet op de liquiditeitspositie van de verzekeraar verantwoord is te achten en mits is voldaan aan het tweede lid en de artikelen 3:230 tot en met 3:235.
2.
Artikel 3:171 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de verwijzing naar de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:170, moet worden gelezen: de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:230, tweede lid, tweede volzin.
1.
De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang, de namen en woonplaatsen van ieder van de schuldeisers bedoeld in artikel 3:228, alsmede het bedrag van de vorderingen van ieder van die schuldeisers. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank neergelegd.
2.
Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. Nadat de rechter-commissaris op het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, heeft beslist, geven de bewindvoerders daarvan onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers, bedoeld in artikel 3:228, schriftelijk kennis. Deze kennisgeving betreft in ieder geval tevens de gevolgen van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in de eerste volzin, de mededeling dat de vordering bij de bewindvoerders moet worden ingediend, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of goederenrechtelijk recht aanspraak wordt gemaakt. Aan schuldeisers als bedoeld in artikel 3:228 met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt de kennisgeving voorts welke de belangrijkste gevolgen van de noodregeling voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn, en de rechten en de verplichtingen van de verzekerden en anderen in verband met de overeenkomsten van verzekering.
3.
De bewindvoerders doen tevens mededeling van de beschikkingen in de Staatscourant alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen.
4.
De artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar. Artikel 213l, eerste lid, onderdeel e, van de Faillissementswet is van overeenkomstige toepassing.
1.
Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle schuldeisers, bedoeld in artikel 3:228, voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
2.
Met betrekking tot de verificatie zijn de artikelen 59, 119 tot en met 122, 123 tot en met 127, 129, 132 tot en met 137, 260, eerste lid, 261 en 262, eerste en derde lid, van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van overeenkomstige toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang. In afwijking van de in artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge artikel 3:230, tweede lid, voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 3:222, eerste lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 3:194 slechts geldt voorzover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast.
1.
De bestuurders van de herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang of de feitelijk-leidinggevenden van het in Nederland gelegen bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 3:222, eerste lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die aan hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. Ieder van de schuldeisers, bedoeld in artikel 3:228, kan de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders of de feitelijk-leidinggevenden te vragen.
2.
De vragen aan de bestuurders of de feitelijk-leidinggevenden gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend.
3.
In afwijking van het bepaalde in artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de herverzekeraar of verzekeraar met beperkte risico-omvang welke ingevolge artikel 3:195, eerste lid, worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voorzover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd.
1.
Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, bedoeld in artikel 3:228, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De artikelen 180, tweede lid, 181 en 182, eerste lid, van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd artikel 3:235 is artikel 233 van die wet eveneens van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
1.
De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag.
2.
De artikelen 184 tot en met 186, 187, eerste, tweede en derde lid, 189 en 191 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in artikel 184 van de Faillissementswet bedoelde termijn de in het eerste lid, eerste volzin, genoemde termijn geldt.
3.
Indien ten gevolge van het krachtens artikel 184 dan wel artikel 186 van de Faillissementswet gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, is ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft artikel 3:233 van overeenkomstige toepassing, en kan vervolgens, nadat voorzover nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in de artikelen 3:229 tot en met 3:235 bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 3:235
In afwijking van artikel 3:233, tweede lid, laatste volzin, kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 3:206, eerste en tweede lid, voorzover artikel 3:194, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
Artikel 3:236
Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b of c, stellen de bewindvoerders ieder van de schuldeisers, bedoeld in artikel 3:228, regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de noodregeling.
Artikel 3:237
Zodra de noodregeling is beëindigd, doen de bewindvoerders daarvan mededeling in de Staatscourant.
Inhoudsopgave
+ 1. Algemeen deel
+ 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen
- 3. Deel Prudentieel Toezicht Financiële Ondernemingen
+ 3a. Deel Bijzondere maatregelen en voorzieningen betreffende financiële ondernemingen
+ 4. Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen
+ 5. Deel Gedragstoezicht financiële markten
+ 6. Deel bijzondere maatregelen betreffende de stabiliteit van het financiële stelsel
+ 7. Deel Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht