1.
Met inachtneming van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels als bedoeld in het tweede en derde lid regelt het instellingsbestuur van een openbare instelling de rechtspositie van het personeel en draagt het instellingsbestuur van een bijzondere instelling zorg voor de regeling van de rechtspositie van het personeel.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende:
a. salarisschalen en uitgangspunten waaraan een door het instellingsbestuur in te richten functiewaarderingssysteem moet voldoen, onderscheidenlijk
b. rechten en plichten van het personeel en het instellingsbestuur bij ziekte, bevalling, zwangerschap, arbeidsongeschiktheid en ontslag, voorzover deze bij wet voorgeschreven rechten en verplichtingen te boven gaan, dan wel de voorwaarden waaronder het instellingsbestuur deze rechten en plichten zelf regelt dan wel voor de regeling daarvan zorg draagt.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende algemene arbeidsduur.
4.
Onder regeling van de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid wordt tevens begrepen het vaststellen van bepalingen inzake benoeming, schorsing, disciplinaire maatregelen en ontslag van personeel. De bepalingen omtrent ontslag mogen het personeel van de openbare instellingen niet minder rechten verschaffen dan die welke voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voortvloeien uit de bepalingen van dwingend recht van titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
5.
Over de regelingen, bedoeld in het eerste en vierde lid, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel van de desbetreffende instelling, wordt door of namens het instellingsbestuur overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de vorige volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
+ Hoofdstuk 3. Overleg
- Hoofdstuk 4. Het personeel
+ Hoofdstuk 5
+ Hoofdstuk 5a. Accreditatie in het hoger onderwijs
+ Hoofdstuk 6. Onderwijsaanbod
+ Hoofdstuk 7. Onderwijs
+ Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
+ Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
+ Hoofdstuk 9. Het bestuur en de inrichting van de universiteiten
+ Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
+ Hoofdstuk 11. Het bestuur en de inrichting van de Open Universiteit
+ Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
+ Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
+ Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter
+ Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
+ Hoofdstuk 16. Overgangsvoorzieningen onder meer in verband met de invoering van de wet en voorschriften in verband met fusie, omzetting, splitsing, verplaatsing en bestuursoverdracht
+ Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
+ Hoofdstuk 18. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten vanaf 2002
+ Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht