Artikel 24a. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b;
b. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h;
c. startkwalificatie: startkwalificatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet 1969;
d. register vrijstellingen en vervangende leerplicht: register vrijstellingen en vervangende leerplicht als bedoeld in artikel 24k2.
1.
Er is een basisregister onderwijs, dat ten doel heeft:
a. Onze Minister gegevens te verstrekken ten behoeve van de bekostiging van scholen en instellingen, de begrotings- en beleidsvoorbereiding, de planning en bekostiging van de instellingen voor hoger onderwijs en ten behoeve van de uitvoering van zijn overige wettelijke taken;
b. de inspectie gegevens te verstrekken ten behoeve van het toezicht op het onderwijs;
c. het Centraal bureau voor de statistiek gegevens te verstrekken teneinde het Centraal bureau voor de statistiek in staat te stellen:
1°. Onze Minister gegevens te verstrekken ten behoeve van de beleidsvoorbereiding;
2°. de gemeenten gegevens te verstrekken ten behoeve van de toekenning van uitkeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet participatiebudget, aan instellingen, en ten behoeve van de begrotings- en beleidsvoorbereiding inzake de gemeentelijke taken op het gebied van het onderwijs;
d. de instellingen, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn om te beoordelen of personen die als deelnemer zijn of wensen te worden ingeschreven voor een opleiding voldoen aan de eisen die daarvoor zijn gesteld bij of krachtens artikel 8.2.1 of 8.2.2 van die wet;
e. de instellingen, bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gegevens te verstrekken die nodig zijn om te beoordelen of personen die als student of extraneus zijn of wensen te worden ingeschreven voor een opleiding voldoen aan de eisen die daarvoor zijn gesteld bij of krachtens artikel 7.24, eerste en tweede lid, 7.25, eerste tot en met derde lid, 7.25a, 7.28, eerste lid, 7.30, eerste lid, of 7.30a, eerste lid, van die wet; en
f. het meldingsregister relatief verzuim te voorzien van de gegevens die noodzakelijk zijn in het kader van het doel van dat register.
2.
Het beheer van het basisregister onderwijs berust bij Onze Minister.
3.
Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in deze paragraaf, is Onze Minister de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
1.
In het basisregister onderwijs zijn de volgende gegevens opgenomen:
a. de persoonsgebonden nummers van de leerlingen die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs , tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 178a, tweede en zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs, en artikel 164a, leden 2a en 2b, van de Wet op de expertisecentra;
b. de persoonsgebonden nummers van de leerlingen die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra , tezamen met de andere gegevens, artikel 164a, tweede lid, lid 2a, lid 2b, en achtste lid, van de Wet op de expertisecentra;
c. de persoonsgebonden nummers van de leerlingen die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs , tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 103b, tweede en achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en artikel 164a, leden 2a en 2b, van de Wet op de expertisecentra;
c1. de persoonsgebonden nummers van de leerlingen die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een school die is aangewezen op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs, tezamen met de andere gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede en achtste lid, in samenhang met artikel 58, zevende lid, onderdeel a, van die wet;
d. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b1°, van de Wet educatie en beroepsonderwijs alsmede deelnemers aan een opleiding educatie die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een instelling waaraan door het gemeentebestuur op grond van artikel 3 van de Wet participatiebudget uitkeringen zijn toegekend, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 2.3.6a, tweede en vijfde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
d1. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een opleiding educatie die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde instelling of een instelling als bedoeld in die wet voor een opleiding educatie ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, tezamen met de andere gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede en vijfde lid, in samenhang met artikel 1.4a.1, achtste lid, onderdeel a, van die wet;
e. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een beroepsopleiding die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs , tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 164a, leden 2a en 2b van de Wet op de expertisecentra;
e1. de persoonsgebonden nummers van de deelnemers aan een beroepsopleiding die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een andere dan een in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde instelling of een instelling als bedoeld in die wet voor een beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, tezamen met de andere gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, in samenhang met artikel 1.4.1, zesde lid, onderdeel a, van die wet;
f. de persoonsgebonden nummers van de studenten en extraneï die zijn ingeschreven of ingeschreven zijn geweest aan een uit ’s Rijks kas bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek , met uitzondering van de Open Universiteit, tezamen met de andere gegevens, genoemd in artikel 7.52, tweede en vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
g. de hierna te noemen gegevens zoals die over de personen, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, zijn opgenomen in de basisregistratie personen:
1°. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteland, geslacht, overlijdensdatum, geboorteland moeder en geboorteland vader;
2°. de gegevens over de nationaliteit;
3°. de gegevens over het verblijf in Nederland en het vorige verblijf buiten Nederland en over het vertrek uit Nederland en het vorige verblijf buiten Nederland;
h. de gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling zoals die over de personen, bedoeld in de onderdelen e, e1 en f, zijn opgenomen in de basisregistratie personen.
2.
Indien de in het eerste lid, onderdeel g, bedoelde gegevens van een leerling, deelnemer, student of extraneus aan een school of instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen worden in het basisregister onderwijs alleen opgenomen de gegevens die het bevoegd gezag verstrekt op basis van
3.
De persoonsgegevens van de leerlingen, deelnemers, studenten en extraneï die niet langer zijn ingeschreven aan een school of instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden tot vijf jaren na beëindiging van de laatste inschrijving bewaard in het basisregister onderwijs in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren. Artikel 10, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin geldt voor de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, instelling voor hoger onderwijs waar een opleiding is gevolgd, naam van die opleiding, datum diploma en het aantal jaren genoten hoger onderwijs van studenten die niet langer zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, een bewaartermijn van vijftig jaren.
Artikel 24d. Het verstrekken van gegevens aan betrokkene
Uit het basisregister onderwijs kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan de betrokkene en diens wettelijke vertegenwoordiger.
Artikel 24e. Het verstrekken van gegevens aan Minister en inspectie
Uit het basisregister onderwijs kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan Onze Minister en de inspectie voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke taken.
1.
Uit het basisregister onderwijs kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan:
a. de school of instelling waar de betrokkene als leerling, deelnemer, student of extraneus is of was ingeschreven, voor zover de gegevens betrekking hebben op de periode waarin hij aan de desbetreffende school of instelling is of was ingeschreven, en
b. de school of instelling waar de betrokkene als leerling, deelnemer of extraneus is ingeschreven, voor zover de gegevens betrekking hebben op de periode waarin hij aan een andere school of instelling was ingeschreven.
1a.
Uit het basisregister onderwijs kunnen aan de in artikel 24b, eerste lid, onderdelen d en e, genoemde instellingen tevens de in die onderdelen bedoelde gegevens worden verstrekt.
2.
Uit het basisregister onderwijs worden desgevraagd kosteloos persoonsgegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders, voorzover dat verplicht is op grond van artikel 64 van de Participatiewet, artikel 45 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 45 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
3.
Uit het basisregister onderwijs worden aan burgemeester en wethouders de naam, het adres, het persoonsgebonden nummer, de behaalde diploma’s, het laatst genoten onderwijs, de laatst bezochte school of instelling, de data van in- en uitschrijving bij die school of instelling en de reden van uitstroom verstrekt van degenen die:
a. woonachtig zijn in de desbetreffende gemeente of in een gemeente die behoort tot de regio waarvan de desbetreffende gemeente contactgemeente is als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
b. ouder dan vier jaar en jonger dan 23 jaar zijn,
c. niet in het bezit zijn van een startkwalificatie en niet behoren tot de jongeren, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, van de Leerplichtwet 1969.
4.
In afwijking van het derde lid worden van degenen die wel voldoen aan het derde lid, onderdelen a en b, maar die niet voldoen aan het derde lid, onderdeel c, de in de aanhef van het derde lid bedoelde gegevens aan burgemeester en wethouders verstrekt, indien dit de eerste verstrekking uit het basisregister onderwijs aan burgemeester en wethouders betreft waaruit blijkt dat diegenen niet voldoen aan het derde lid, onderdeel c.
5.
Uit het basisregister onderwijs worden persoonsgegevens verstrekt aan door Onze Minister aangewezen instellingen ten behoeve van onderzoeksactiviteiten naar de kwaliteit en de toegankelijkheid van het beroepsonderwijs, de educatie en het hoger onderwijs.
6.
Uit het basisregister onderwijs worden desgevraagd kosteloos persoonsgegevens verstrekt aan:
a. de Sociale verzekeringsbank, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet ;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 30, eerste lid, 30a, eerste en tweede lid, 30b, 30d en 31 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
7.
Uit het basisregister onderwijs worden kosteloos persoonsgegevens aan het Centraal bureau voor de statistiek verstrekt. Het Centraal bureau voor de statistiek gebruikt deze gegevens in ieder geval om:
a. Onze Minister gegevens te verstrekken ten behoeve van de beleidsvoorbereiding; en
b. de gemeenten gegevens te verstrekken ten behoeve van de toekenning van uitkeringen, bedoeld in artikel 2 van de Wet participatiebudget, aan instellingen, en ten behoeve van de begrotings- en beleidsvoorbereiding inzake de gemeentelijke taken op het gebied van het onderwijs.
8.
Het Centraal bureau voor de statistiek kan de gegevens die het op grond van het zevende lid heeft ontvangen, alsmede de daaraan door het Centraal bureau voor de statistiek gekoppelde gegevens van belang voor statistische doeleinden op het gebied van arbeid als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, openbaar maken in de vorm van overzichten die betrekking hebben op afzonderlijke scholen, instellingen of opleidingen, mits aan deze overzichten geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon of een afzonderlijk huishouden kunnen worden ontleend.
9.
Uit het basisregister onderwijs worden desgevraagd kosteloos persoonsgegevens verstrekt aan de rijksbelastingdienst, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de wetgeving op het gebied van rijksbelastingen zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
10.
Uit het basisregister onderwijs worden kosteloos aan de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, onderdelen c, d, i en j, van die wet, alsmede de leeftijd van de deelnemer bij aanvang van de beroepspraktijkvorming verstrekt.
11.
Uit het basisregister onderwijs worden desgevraagd kosteloos persoonsgegevens en andere gegevens verstrekt aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn taken op grond van de Wet inburgering .
12.
Aan de instellingen en organen, genoemd in het eerste tot en met het elfde lid, wordt geen rechtstreekse toegang tot het basisregister verleend.
13.
Onze Minister verstrekt uit het basisregister onderwijs geen persoonsgebonden nummer van een leerling, deelnemer, student of extraneus ter uitvoering van artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.
14.
Uit het basisregister worden aan het meldingsregister relatief verzuim toegevoegd de persoonsgebonden nummers van de leerlingen en deelnemers, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdelen a tot en met e, met van elke leerling of deelnemer de naam, het geslacht, de geboortedatum, het adres en het gegeven of betrokkene al dan niet beschikt over een startkwalificatie.
16.
Uit het basisregister onderwijs worden aan het samenwerkingsverband met betrekking tot leerlingen die door het samenwerkingsverband toelaatbaar zijn verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs verstrekt:
a. de datum van in- of uitschrijving op een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs behorend tot cluster 3 en 4, bedoeld in de Wet op de expertisecentra ;
b. het registratienummer van de school of, indien sprake is van een nevenvestiging, het registratienummer daarvan;
c. het registratienummer van het samenwerkingsverband dat de leerling toelaatbaar heeft verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs en het volgnummer van de toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in artikel 40, tiende en twaalfde lid, van de Wet op de expertisecentra;
d. de begin- en einddatum van de periode waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard tot het speciaal dan wel voortgezet speciaal onderwijs; en
17.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het derde en vierde lid.
1.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels omtrent de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van persoonsgegevens uit het basisregister onderwijs.
2.
Onze Minister benoemt een functionaris voor de gegevensbescherming als bedoeld in artikel 62 van de Wet bescherming persoonsgegevens die in elk geval is belast met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het basisregister onderwijs.
1.
Er is een meldingsregister relatief verzuim dat ten doel heeft burgemeester en wethouders, het hoofd, bedoeld in artikel 21a van de Leerplichtwet 1969, en het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8.1.8a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 47b van de Wet op de expertisecentra en artikel 28a van de Wet op het voortgezet onderwijs, te voorzien van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken inzake:
a. het verzuim, bedoeld in artikel 21a van de Leerplichtwet 1969; en
b. het zonder geldige reden niet meer volgen van het onderwijs of de educatie, bedoeld in artikel 8.1.8a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of van het onderwijs, bedoeld in artikel 47b van de Wet op de expertisecentra en artikel 28a van de Wet op het voortgezet onderwijs.
2.
Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in deze paragraaf, is Onze Minister de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
1.
In het meldingsregister relatief verzuim zijn de volgende gegevens opgenomen:
b. de gegevens, bedoeld in artikel 24f, veertiende lid.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in het meldingsregister relatief verzuim bewaard gedurende het schooljaar waarin de kennisgeving, bedoeld in artikel 21a, eerste en tweede lid, van de Leerplichtwet 1969, of de opgave, bedoeld in artikel 8.1.8a, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 47b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 28a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, is gedaan en het daaropvolgende schooljaar.
1.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels omtrent de autorisatie van degenen die onder zijn gezag vallen voor verwerking van gegevens uit het meldingsregister relatief verzuim.
2.
De functionaris voor de gegevensbescherming, bedoeld in artikel 24g, tweede lid, is tevens belast met het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens in het meldingsregister relatief verzuim.
1.
Uit het meldingsregister relatief verzuim kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan de betrokkene en diens wettelijke vertegenwoordiger.
2.
Uit het meldingsregister relatief verzuim worden aan Onze Minister gegevens verstrekt ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van de taken, bedoeld in artikel 24h, eerste lid.
3.
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat degenen van de leerlingen of deelnemers, bedoeld in artikel 24i, op wie zij betrekking hebben, niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede en derde lid.
5.
Uit het meldingsregister relatief verzuim worden kosteloos gegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders, het hoofd, bedoeld in artikel 21a van de Leerplichtwet 1969, en het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8.1.8a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 47b van de Wet op de expertisecentra en artikel 28a van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor zover dat bij wet is vereist of toegestaan.
6.
Onze Minister verstrekt uit het meldingsregister relatief verzuim geen persoonsgebonden nummers ter uitvoering van artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.
Artikel 24k1. Niet bekostigd onderwijs
De artikelen 24h tot en met 24k zien mede op beroepsopleidingen ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, opleidingen educatie ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4a.1, eerste lid, van die wet, en scholen die zijn aangewezen op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
1.
Er is een register vrijstellingen en vervangende leerplicht dat ten doel heeft:
a. burgemeester en wethouders te voorzien van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken inzake de handhaving van de Leerplichtwet 1969 ;
b. Onze Minister gegevens te verstrekken voor de bijstelling van het aantal voortijdig schoolverlaters zoals blijkt uit het basisregister onderwijs, ten behoeve van de bekostiging van scholen en instellingen en de begrotings- en beleidsvoorbereiding;
c. ten behoeve van de beleidsvorming ten aanzien van artikel 3a, 3b, 5 tot en met 10, en 15 van de Leerplichtwet 1969 landelijk en per woongemeente een overzicht te maken van:
1°. het aantal jongeren dat is vrijgesteld en het aantal jongeren met een vervangende leerplicht; en
2°. het aantal jongeren dat eerder is vrijgesteld van de leerplicht of eerder een vervangende leerplicht heeft gehad.
2.
Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in deze paragraaf, is Onze Minister de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
1.
In het register vrijstellingen en vervangende leerplicht zijn de volgende gegevens opgenomen:
a. de persoonsgebonden nummers van de jongeren voor wie op grond van artikel 5 of 5a van de Leerplichtwet 1969 een beroep is gedaan op vrijstelling van inschrijving als leerling van een school respectievelijk een instelling, met daaraan toegevoegd de aanduiding «vrijgesteld», de begin- en einddatum van de vrijstelling, de woongemeente en of eerder een beroep op vrijstelling is gedaan;
b. de persoonsgebonden nummers van de jongeren voor wie burgemeester en wethouders op grond van artikel 15 van de Leerplichtwet 1969 vrijstelling verlenen van de in artikel 4a van de Leerplichtwet opgelegde verplichtingen, met daaraan toegevoegd de aanduiding «vrijgesteld», de begin- en einddatum van de vrijstelling, de woongemeente en of eerder een beroep op vrijstelling is gedaan;
c. de persoonsgebonden nummers van de jongeren voor wie burgemeester en wethouders instemmen met het verzoek, bedoeld in artikel 3a, eerste lid of 3b, eerste lid, met daaraan toegevoegd de aanduiding «vervangende leerplicht», de begin- en einddatum van de vervangende leerplicht, de woongemeente en of eerder vervanging van de leerplicht is toegestaan.
2.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden tot één jaar na de datum waarop de vrijstelling of de vervangende leerplicht afloopt in het register vrijstellingen en vervangende leerplicht bewaard.
1.
Uit het register vrijstellingen en vervangende leerplicht kunnen persoonsgegevens worden verstrekt aan de betrokkene en diens wettelijke vertegenwoordiger.
2.
Uit het register vrijstellingen en vervangende leerplicht worden aan Onze Minister de persoonsgebonden nummers verstrekt van jongeren die op grond van artikel 5, 5a en 15 van de Leerplichtwet 1969 zijn vrijgesteld van de leerplicht.
3.
Uit het register vrijstellingen en vervangende leerplicht wordt jaarlijks op 1 oktober aan Onze Minister een opsomming verstrekt van het landelijk en per woongemeente aantal:
a. jongeren die eerder een beroep op vrijstelling hebben gedaan;
b. overige vrijgestelde jongeren;
c. jongeren waarbij eerder vervangende leerplicht is toegestaan; en
d. overige jongeren met een vervangende leerplicht.
4.
Onze Minister gebruikt de persoonsgebonden nummers, bedoeld in het tweede lid, ten behoeve van:
a. de bijstelling van het aantal voortijdig schoolverlaters zoals blijkt uit het basisregister onderwijs;
b. de controle of de jongere blijkens het basisregister onderwijs staat ingeschreven bij een school of instelling.
5.
Indien uit het basisregister onderwijs aan Onze Minister op grond van het vierde lid, onder b, is gebleken dat een jongere die op grond van artikel 5, 5a of 15 van de Leerplichtwet 1969 is vrijgesteld van de leerplicht staat ingeschreven bij een school of instelling, meldt Onze Minister aan het bevoegd gezag van de betreffende school of instelling dat de jongere is vrijgesteld.
6.
Uit het register vrijstellingen en vervangende leerplicht worden kosteloos gegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders.
7.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Taken en bevoegdheden bij het toezicht
+ Hoofdstuk 3. Uitoefening van het toezicht
+ Hoofdstuk 3a. Toezicht samenwerkingsverbanden
+ Hoofdstuk 3b. Toezicht College voor toetsen en examens
+ Hoofdstuk 3c. Toezicht voorschoolse educatie
+ Hoofdstuk 3d. Toezicht Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
+ Hoofdstuk 4
+ Hoofdstuk 5. Vaststelling en openbaarmaking van inspectierapporten
- Hoofdstuk 6. Kwaliteit van de uitoefening van het toezicht
- Hoofdstuk 6a. Het basisregister onderwijs, het meldingsregister relatief verzuim, en het register vrijstellingen en vervangende leerplicht
+ Hoofdstuk 6b. Het diplomaregister hoger onderwijs, beroepsonderwijs, voortgezet (algemeen volwassenen)onderwijs, NT2 en inburgering
+ Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
+ Hoofdstuk 8. Slot- en overgangsbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht