1.
In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan ten aanzien van de inbouw van het pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet in het pensioen dat wordt berekend over diensttijd voor 1 januari 1986, worden bepaald dat deze geschiedt met inachtneming van twee procent per dienstjaar van:
a. het tot een jaarbedrag herleide bedrag aan pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet waarop de belanghebbende die voor de toepassing van die wet als ongehuwd wordt aangemerkt, recht heeft dan wel recht zou hebben gehad indien hij op grond van die wet verzekerd zou zijn geweest, ten aanzien van de genoemde belanghebbende;
b. twee maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag aan pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet waarop de belanghebbende die voor de toepassing van die wet als gehuwd wordt aangemerkt, recht heeft dan wel recht zou hebben gehad indien hij op grond van die wet verzekerd zou zijn geweest, ten aanzien van de genoemde belanghebbende.
Een en ander met dien verstande dat, indien bij toepassing van de Abp-wet, zoals die luidde op 31 december 1995, toepassing zou zijn gegeven aan artikel J 12, het inbouwbedrag wordt vermenigvuldigd met de in dat artikel bedoelde breuk.
2.
Indien het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP bepalingen inhoudt overeenkomstig het eerste lid, wordt daarin tevens bepaald dat aan de belanghebbende een toeslag wordt verleend:
a. voor de tijd waarover de voor pensioen geldende diensttijd samenvalt met tijd gedurende welke de belanghebbende of diens echtgenoot dan wel degene die ingevolge de Algemene Ouderdomswet mede als echtgenoot wordt aangemerkt, niet verzekerd dan wel vrijwillig verzekerd is geweest ingevolge die wet;
b. in het geval de echtgenoot van de belanghebbende dan wel degene die ingevolge de Algemene Ouderdomswet mede als echtgenoot wordt aangemerkt, de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt en belanghebbende geen recht heeft op de volledige toeslag, bedoeld in artikel 8 van genoemde wet.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van:
a. een pensioen, een tijdelijke uitkering en een wezenpensioen als bedoeld in de Algemene Weduwen- en Wezenwet;
b. een pensioen of uitkering toegekend krachtens een wettelijke regeling van de Nederlandse Antillen, van Aruba of van een vreemde mogendheid voor zover naar aard en strekking overeenkomend met een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet dan wel een pensioen of uitkering ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. De pensioenen van het overheidspersoneel en de Stichting Pensioenfonds ABP
- § 3. Nadere bepalingen inzake de op 31 december 1995 bestaande pensioenaanspraken (algemeen)
+ § 4. Nadere bepalingen inzake de op 31 december 1995 bestaande aanspraken inzake invaliditeitspensioen
+ § 5. Verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP
+ § 6. Overgang van het vermogen van het ABP
+ § 7. Het personeel van het ABP
+ § 8
+ § 9
+ § 10
+ § 11. Overige en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht