1.
De in artikel 17, eerste lid, bedoelde belanghebbende die op 1 januari 1996 de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, heeft tot de eerste dag van de maand waarin hij die leeftijd bereikt ten minste aanspraak op het diensttijdpensioen verminderd met de aanspraak op een WAO-conforme uitkering.
2.
Het diensttijdpensioen, bedoeld in het eerste lid, is het uitsluitend naar de diensttijd ten tijde van het ontslag berekende ouderdomspensioen, zonder toepassing van de inbouw van algemeen pensioen of aftrek van een franchise.
3.
Ten aanzien van het diensttijdpensioen is artikel 11 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP kan worden bepaald dat de aanspraak op diensttijdpensioen kan worden uitgedrukt in een percentage van de aangepaste middelsom, bedoeld in artikel 11, eerste lid.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. De pensioenen van het overheidspersoneel en de Stichting Pensioenfonds ABP
+ § 3. Nadere bepalingen inzake de op 31 december 1995 bestaande pensioenaanspraken (algemeen)
- § 4. Nadere bepalingen inzake de op 31 december 1995 bestaande aanspraken inzake invaliditeitspensioen
+ § 5. Verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP
+ § 6. Overgang van het vermogen van het ABP
+ § 7. Het personeel van het ABP
+ § 8
+ § 9
+ § 10
+ § 11. Overige en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht