1.
Een aanwijzing op grond van artikel B 3 van de Abp-wet wordt aangemerkt als een aanwijzing ingevolge artikel 2, derde lid, onderdeel b.
2.
Onze Minister kan, gehoord het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP en de Nederlandsche Bank N.V., een aanwijzing uiterlijk voor het tijdstip, bedoeld in artikel 21, derde lid, intrekken indien het lichaam niet meer voldoet aan een of meer van de gestelde voorwaarden of aan de eisen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, onderscheidenlijk c.
3.
Indien aan het vijfde lid toepassing wordt gegeven, is artikel 22, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
- § 1. Algemeen
+ § 2. De pensioenen van het overheidspersoneel en de Stichting Pensioenfonds ABP
+ § 3. Nadere bepalingen inzake de op 31 december 1995 bestaande pensioenaanspraken (algemeen)
+ § 4. Nadere bepalingen inzake de op 31 december 1995 bestaande aanspraken inzake invaliditeitspensioen
+ § 5. Verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP
+ § 6. Overgang van het vermogen van het ABP
+ § 7. Het personeel van het ABP
+ § 8
+ § 9
+ § 10
+ § 11. Overige en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht