1.
Onze Minister zendt gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet jaarlijks, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
2.
Onze Minister zendt twee jaar na de inwerkingtreding van de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen en vervolgens telkens als onderdeel van het verslag, bedoeld in het eerste lid, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de onderdelen van deze wet en andere wetten, die bij die wet zijn gewijzigd.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Definities
+ Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen voor werk en inkomen
+ Hoofdstuk 3. Samenwerking en gezamenlijke dienstverlening
+ Hoofdstuk 4
+ Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank
+ Hoofdstuk 7. Toezicht
+ Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen, planning en verslaglegging
+ Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
+ Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 10A. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
+ Hoofdstuk 10B. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 10C. Overgangsbepalingen inzake de overgang van de Centrale organisatie werk en inkomen naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
+ Hoofdstuk 10D. Overgangsbepalingen in verband met de opheffing van de Raad voor werk en inkomen
- Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht