6.
De huurder is bevoegd om met betrekking tot de locatie, die voorwerp is van de door hem gesloten huurovereenkomst, een overeenkomst te sluiten met een exploitant. Een zodanige overeenkomst eindigt in ieder geval op het moment waarop de huurovereenkomst eindigt. In afwijking van artikel 300, tweede en derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is daartoe geen opzegging vereist. Indien de overeenkomst met de exploitant een huurovereenkomst is in de zin van artikel 201 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op die huurovereenkomst niet van toepassing. Indien het aan de exploitant verhuurde voldoet aan de omschrijving van bedrijfsruimte in artikel 290, tweede en derde lid van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is, onverminderd de tweede en derde volzin van dit lid, afdeling 6 van titel 4 van dat boek op de huurovereenkomst met die exploitant van toepassing.
Inhoudsopgave
+ Paragraaf 1. Definities
- Paragraaf 2. De huurovereenkomst
+ Paragraaf 3. De veiling
+ Paragraaf 4. Overgangsbepalingen
+ Paragraaf 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken