247 artikelen

Zoek naar volledige regelingen artikelen artikel-leden
  1, 2, 3 ... 23, 24, 25   »
Artikel 1. Begripsomschrijvingen, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Begripsomschrijvingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: • a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; • b. Rijksvertegenwoordiger: Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; • c. pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechti... BWBR0002691
Artikel 2, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Artikel 2 • 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • a. aanmelding: aanmelding als bedoeld in artikel 2a ; • b. nabestaande: de man of vrouw met wie de overleden politieke ambtsdrager, gewezen politieke ambtsdrager of gepensioneerde politieke ambtsdrager op de dag van overlijden gehuwd was, dan wel de man of vrouw ten aanzien van wie doo... BWBR0002691
Artikel 2a, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Artikel 2a • 1. De politieke ambtsdrager, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a en b , alsmede de Rijksvertegenwoordiger kan bij Onze Minister één man of vrouw aanmelden, indien hij en deze man of vrouw: • a. beiden als ingezetene met het zelfde woonadres in de basisregistratie personen zijn ingeschreven; • b. zich bij een notarieel verleden samenlevingscontract t... BWBR0002691
Artikel 2b, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Artikel 2b • 1. Artikel 2a is van overeenkomstige toepassing op de politieke ambtsdrager, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d met uitzondering van de Rijksvertegenwoordiger. • 2. Voor de toepassing, bedoeld in het eerste lid, treden gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap in de plaats v... BWBR0002691
Artikel 3. Bijzonder nabestaandenpensioen, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Bijzonder nabestaandenpensioen Artikel 3. Bijzonder nabestaandenpensioen De bepalingen van deze wet voor het nabestaandenpensioen zijn van overeenkomstige toepassing op het bijzonder nabestaandenpensioen, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt. BWBR0002691
Artikel 4. Tijdelijk pensioen, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Tijdelijk pensioen Artikel 4. Tijdelijk pensioen De bepalingen van deze wet voor het nabestaanden- en wezenpensioen zijn van overeenkomstige toepassing op het tijdelijk pensioen, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt. BWBR0002691
Artikel 4a, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Artikel 4a Op een bij of krachtens deze wet vastgestelde pensioenregeling zijn de artikelen 47 , 53 , 55, vierde lid , en 97 van de Pensioenwet van overeenkomstige toepassing. BWBR0002691
Artikel 5, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Artikel 5 • 1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder minister mede verstaan: staatssecretaris. • 2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaan onder: • a. gewezen minister: hij die uit hoofde van een ontslag uitzicht heeft op pensioen krachtens deze afdeling; • b. gepensioneerd minister: hij ... BWBR0002691
Artikel 6. Het recht op uitkering, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Het recht op uitkering Artikel 6. Het recht op uitkering • 1. Aan een minister aan wie door Ons ontslag wordt verleend wordt met ingang van de dag van zijn ontslag, indien hij nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, een uitkering toegekend op de voet van de volgende artikelen. • 2. Het eerste lid vindt geen toepassing: • a. indien de belanghebbende daarom verzoekt, of indien hij ... BWBR0002691
Artikel 7. Duur van de uitkering, Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers     Duur van de uitkering Artikel 7. Duur van de uitkering • 1. De uitkering wordt toegekend voor een duur gelijk aan de tijd waarin de belanghebbende minister is geweest, maar ten minste voor de duur van twee jaren en ten hoogste voor de duur van drie jaren en twee maanden. Indien de belanghebbende met een of meer onderbrekingen minister is geweest, wordt in aanmerking genomen de tijd gedurende welke hij minist... BWBR0002691
  1, 2, 3 ... 23, 24, 25   »