50 artikelen

Zoek naar volledige regelingen artikelen artikel-leden
  1, 2, 3, 4, 5   »
Artikel 1, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "Onze Minister", Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. BWBR0002271
Artikel 2, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 2 Het bepaalde in de artikelen 5 , 6, eerste lid , 19, tweede lid , 20 , 21 , 22 en 23 van dit besluit is niet van toepassing op de door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten benoemde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie. De in de artikelen behandelde onderwerpen worden, voor zover het betreft de door of vanwege de Gouverneur van ... BWBR0002271
Artikel 3, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 3 • 1. De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie dragen de titel van Inspecteur-Generaal, Hoofdinspecteur, Inspecteur, Adjunct-Inspecteur, Expert, Adjunct-Expert, Scheepsbouwkundig Adviseur, Scheepsbouwkundig Hoofdingenieur en Scheepsbouwkundig Ingenieur. • 2. De Inspecteur-Generaal, in dit besluit verder te noemen Hoofd van de Scheepvaartinspectie, is verantwoordelijk vo... BWBR0002271
Artikel 4, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 4 Ten aanzien van alle schepen, waar deze zich ook bevinden, hetzij in het binnenland, hetzij in het buitenland zijn de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie belast met: • a. het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Schepenwet bepaalde; • b. het opsporen van overtredingen van het bij of krachtens de Schepenwet bepaalde; • c. het uitvoeren... BWBR0002271
Artikel 5, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 5 De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie leggen bij de aanvaarding van hun ambt in handen van Onze Minister de eed of de belofte af, dat zij de plichten van hun ambt getrouw zullen vervullen. BWBR0002271
Artikel 6, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 6 • 1. Behoudens het bepaalde in artikel 61, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenaren Reglement mogen de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, tenzij met bijzondere vergunning van Onze Minister, geen particuliere betrekking waarnemen, onder welke benaming of van welke aard ook, en geen opdracht aanvaarden tot het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van derden. • ... BWBR0002271
Artikel 7, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 7 Voor het toezicht op de naleving worden in Nederland de volgende districten gevormd: • a. het eerste district, omvattende: de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland benoorden de spoorlijn Leiden-Utrecht, Utrecht, Noord-Brabant beoosten de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Tilburg, Gelderland en Limburg; • b. het tweede district, omvattende: de provincies Zuid-Holland bezuiden d... BWBR0002271
Artikel 8, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 8 • 1. Het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend onder leiding van een door Onze Minister voor elk district aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie (Districtshoofd), onder wiens bevelen de andere ambtenaren van het district werkzaam zijn. Het toezicht op de naleving in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt uitgeoefend onder leiding van een door of vanwege ... BWBR0002271
Artikel 9, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 9 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie is, indien het in het belang van de uitoefening van de dienst wenselijk is, bevoegd: • a. aan ambtenaren van het eerste, tweede en derde district het toezicht op te dragen op tot het vierde district behorende zeevissersvaartuigen in plaatsen binnen het district, waarin hun standplaats is gelegen; • b. aan ambtenaren van het vierde di... BWBR0002271
Artikel 10, Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie     Artikel 10 • 1. De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie houden doorlopend toezicht op de toestand waarin de schepen waarover hun bemoeiingen zich uitstrekken, zich bevinden, op hun uitrusting, belading en bemanning in zoverre het toezicht op deze zaken bij en krachtens de Schepenwet is voorgeschreven. • 2. Voor de uitoefening van het in het vorige lid bedoelde toezicht be... BWBR0002271
  1, 2, 3, 4, 5   »

Verfijn de resultaten op


Wis alle selecties

Soort regeling

Verantwoordelijk ministerie

Staatshoofd