10 artikelen

Zoek naar volledige regelingen artikelen artikel-leden
Artikel 1, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: • a. spoorwegen alle spoorwegen, ten aanzien waarvan eene door Ons of met Onze machtiging verleende concessie tot aanleg van en uitoefening van den dienst op den spoorweg van kracht is, en waarop ingevolge die concessie uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd; • b. wegen alle openbare wegen met al hetgeen daartoe behoort, met ui... BWBR0001892
Artikel 1a, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 1a Deze wet is niet van toepassing op lokale spoorwegen, aangewezen van de krachtens artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor . BWBR0001892
Artikel 2, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 2 • 1. Gedeputeerde Staten beschikken op verzoeken om vergunning tot aanleg en instandhouding of tot instandhouding van een spoorweg op wegen in hunne provincie. • 2. Op de voorbereiding van de beschikking is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. • 3. De kosten, voor de provincie uit toepassing van dit artikel voortvloeiende, worden haa... BWBR0001892
Artikel 5, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 5 • 1. De vergunning mag niet in strijd zijn met de concessie, bedoeld bij artikel 1, letter a . • 2. Voor zooveel zoodanige strijd door wijziging van de concessie mocht ontstaan, dragen Gedeputeerde Staten zorg voor wijziging van de vergunning. BWBR0001892
Artikel 6, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 6 Vordert de uitvoering van de vergunning eenige bemoeiing van gedeputeerde staten, van colleges van burgemeesters en wethouders onderscheidenlijk gemeenteraden of van besturen van waterschappen, dan wordt door deze besturen het daartoe noodige verricht. BWBR0001892
Artikel 7, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 7 • 1. Een ieder is verplicht te gedoogen, dat spoorwegen op wegen met inachtneming van een vergunning als bedoeld in artikel 2 , worden aangelegd en in stand gehouden. • 2. De schade, welke daaruit voor de beheerders der wegen of voor andere daarop recht hebbenden mocht voortvloeien, wordt hun door den concessionaris vergoed. • 3. De vordering daartoe moet word... BWBR0001892
Artikel 8, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 8 • 1. Met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij, die een spoorweg op een weg aanlegt of in stand houdt zonder vergunning of anders dan met inachtneming van een vergunning als bedoeld in artikel 2 . • 2. Met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij, die in str... BWBR0001892
Artikel 9, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 9 Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering , belast de hoofdingenieurs, ingenieurs, adjunct-ingenieurs, hoofdopzichters en opzichters van de provinciale waterstaat. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en ... BWBR0001892
Artikel 10, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 10 Gedeputeerde Staten zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van deze wet. BWBR0001892
Artikel 11, Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen     Artikel 11 Artikel 8 is niet van toepassing: • a. voor zooveel Gedeputeerde Staten tijdens de behandeling van een verzoek om vergunning toestaan, dat voorloopig met aanleg van een spoorweg wordt aangevangen of een spoorweg in stand wordt gehouden. Op hetgeen wordt toegestaan is artikel 7 van toepassing; • b. ten aanzien van spoorwegen, welke bij het in werking treden dezer w... BWBR0001892